Geschiedenis en eigenschappen

De historie van het ontstaan van de Belted Galloway-runderen is niet eenduidig. Er zijn zwarte, rode of dun (bruin) Belted Galloways, die een wit laken over het midden van het lichaam hebben. De Belted Galloways zijn eveneens bekend als 'Belties'. Hoewel al in de 11e eeuw in de literatuur en de kunst wordt verwezen naar Lakenveldervee zijn de Belted Galloway’s voor het eerst beschreven in de 16 e eeuw in de voormalige Galloway-wijk van Schotland, een ruig en heuvelachtig zeekustgebied waar hardheid noodzakelijk is om te overleven.



De oorsprong van dit opvallend getekende, winterharde ras van runderen is het Galloway-gebied in het zuidwesten van Schotland. Dit sombere, sobere, ruige bergland heeft geresulteerd in de hardheid van dit ras. Het ras kenmerkt zich doordat het zich gemakkelijk aanpast aan zware omstandigheden.

 

Onduidelijk is of Belted Galloways werden gefokt met runderen geïmporteerd naar Groot-Brittannië of met inheemse runderen of van een combinatie van die twee. De meest logische conclusie is dat ze afkomstig zijn uit een kruising van de zwarte Galloways met de Nederlandse Lakenvelderkoe. Het bekende overwicht van het Nederlandse vee, de mogelijke invoer van een aantal Nederlandse Lakenvelderkoeien en de veelvuldige uitwisseling tussen Schotland en de Lage Landen in de 17de en 18de eeuw onderschrijft deze visie. De horens zijn het enige wezenlijke verschil, deze zijn mogelijk verdwenen met het overwicht van Gallowaybloed.

 

In 1985 zijn in Nederland de eerste drie Belted Galloways uit Schotland meegenomen door de heer Verburgt uit Kerkwijk.

De Galloway-runderen hebben verschillende markeringen en kleuren. De bekende kenmerken zoals de vacht, de bevleesdheid en de bijzondere vleeskwaliteit onderscheidt de Galloway van andere rassen.

 

 De Galloways zijn van oorsprong:

 

·        Zwart

·        Gevlekt

·        Wit gezicht

·        Rode (Red Galloway)

·        Muisgrijze (Dun Galloway)

·        Witte (White Galloway)

·        Lakenvelder (Belted Galloway).

Hoewel de witte band een dominant erfelijke eigenschap is komen er soms zwart geboren kalveren in Belted Galloway-kuddes voor, en Belted Galloway-kalveren in Galloway-kuddes.

 
De "Belted Galloway" is een natuurlijk horenloos rund; de karakteristieke lakenmarkeringen zijn ook dominant. Een ander kenmerk is dat Belted Galloways het vermogen hebben om in bepaalde gebieden op de wereld economisch rendabel rundvlees te produceren onder zware omstandigheden. In het verleden hadden deze runderen geen beschikking over schuilmogelijkheid in de Schotse winters. Zodoende hebben zij zich ontwikkeld tot een sterk, flexibel ras met een goed foeragerend vermogen, gemakkelijk afkalven en het vermogen te gedijen in situaties waar andere rassen problemen ondervinden. Daarnaast hebben de koeien een kleine, onopvallende uier. Hierdoor is de kans op beschadiging in de natuur klein.

Vroege normen (stamboek) voor het ras blijven tegenwoordig geldig, hoewel het lichaam tegenwoordig minder diepte moet hebben en de poten langer moeten zijn dan vroeger. Lord Stuart’s (President of the Belted Galloway Cattle Society, 1970) beschrijft in zijn interessante boek: De koeien van het ras hebben een karakteristieke rundvleesstructuur. Een goed hoofd, vooral bij de stieren, wordt als belangrijk beschouwd, en de brede kruin die laag en vlak is. De neusgaten moeten wijd zijn en de ogen groot en prominent, de oren matig lang, breed, wijzend naar voren en omhoog, met een franje van lange haren. De nek moet vrij lang en goed passend in de schouders zijn. De schouders moeten fijn en recht zijn, de borst vol en diep, met de ribben goed gewelfd, de achterhand lang. De flank moet diep en vol zijn De dijen moeten diep en recht zijn, de benen kort en schoon met fijn bot, en de staart goed gepositioneerd.

De Belted Galloway heeft een prachtige winterjas, die met een dubbele laag van hard taai golvend haar uitstekende isolatie tegen de kou geeft.

Deze "jas" werpt gemakkelijk de regen en sneeuw af en zorgt dat het dier droog blijft. De zeer zachte, bemoste "ondervacht", die de warmte vasthoudt, geeft de Belted Galloway de mogelijkheid om haar lichaamsgewicht te handhaven bij 20 tot 25% minder voedselinname bij koud weer. Bij warm weer verandert de vacht in een fijne haarstructuur. De zwarte jas moet volgens de nieuwe richtlijnen zwart met een bruine tint worden.

De markeringen op de Belted Galloway zijn opvallend en in het oog springend, zij maken het ras direct herkenbaar. Ze hebben ook een zeer praktisch voordeel, deze markeringen maken de dieren namelijk goed zichtbaar. Dit is een belangrijke hulp bij het samendrijven van de kudde of bij het lokaliseren van nieuwe kalveren of weglopers.

Het Belted Galloway-ras wordt steeds populairder. Dit blijkt ook uit de grote diversiteit aan fokkers wereldwijd, variërend van bedrijven die zich bezig houden met het beheren van natuurgebieden tot hobbyfokkers. In Nederland zijn helaas maar een beperkt aantal fokkers actief die zowel IBR als Lepto-gecertificeerd zijn alsmede aangesloten zijn bij het stamboek/100% raszuivere Belted Galloway fokken. De Belted Galloways zijn ook populair door de kwaliteit van het vlees.


Het gewicht van een volwassen Belted Galloway wisselt al naar gelang de leefomgeving. In het algemeen weegt de volwassen Belted Galloway-stier op 5-jarige leeftijd 770 kg – 1045 kg bij een hoogte van 135 cm.


Met de Belted Galloway-koe wordt meestal gefokt op een leeftijd van 14 tot 18 maanden. Meestal hebben fokkers een voorkeur voor fokken met koeien met een gewicht van 315 tot 365 kg, zonder rekening te houden met de leeftijd.
Stal Rozenburg heeft de ervaring dat vanaf een leeftijd van minimaal 24 maanden gefokt kan worden met Belted Galloways.

 

Het gewicht van een volwassen Belted Galloway-koe is gemiddeld 450 tot 675 kg en heeft een schoft-hoogte van 125 cm. Van de Belted Galloway-koe kan worden verwacht dat zij jaarlijks een gezond kalf produceert tot in haar tienerjaren. Bij de geboorte wegen stierkalveren gewoonlijk 30 tot 40 kg, vaarskalveren ongeveer 5 kg minder.

 

De “Belted Galloway-moeder” staat bekend om haar moederlijk vermogen en produceert een zeer rijke moedermelk. Kalveren zijn klein bij de geboorte, wat gemakkelijk afkalven garandeert, maar "groeien als kool" door de goede moedermelk. Het kalf weegt bij de geboorte slechts 25 tot 30 kilo. Het wordt in kuddes die jaarrond begrazen op een beschutte plek afgelegd en laat zich de eerste dagen niet zien. Ook later verstopt de koe het kalf vaak op een beschutte plek als zij gaat vreten. Als er meer kalveren zijn wordt vaak een crèche gevormd, met koeien die om beurten wacht lopen.

 

De koeien kunnen een aanzienlijk leeftijd bereiken(17-20 jaar).